Ruud Buurman
GPD
De Flint, Amersfoort
t/m december 2007
Achtentwintig programma’s in drieëndertig jaar: twaalf solo, vijf Oudejaarsconferences en elf met onder meer zijn cabaretgroep Nar. Je moet héél lang zoeken in de archieven wil je een cabaretier vinden die in de buurt komt van het indrukwekkende oeuvre van Youp van ’t Hek. En zijn twaalfde solo heet ‘Schreeuwstorm’.
Wat kun je dan nog schrijven over een man over wie, volgens hemzelf, alles al is gezegd en geschreven. Genoeg, want er zit nog steeds geen spoortje van sleet op Van ’t Hek. Nog steeds zijn de meeste zalen ruim van tevoren uitverkocht. En nog steeds is hij de cabaretier die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de meeste lach uit zijn zalen pompt.
Van ’t Hek is ook in ‘Schreeuwstorm’ weer een groot ambachtsman, die de lach feilloos weet te vinden. Creatief kwetsen is al jaren zijn handelsmerk. Als Youp van ’t Hek je beledigt en je in deze voorstelling een ‘uitgenaaide muts in de overgangsklasse’ noemt, doet dat niet zeer. Want dat ben jij niet. Die zitten massaal om je heen, dát wel. Net als de ‘doorzondragonder’, de 'zweefteef' , de ‘vacuüm verpakte taaitaai-pop’ en de mensen waaraan niet is te zien dat ze de roddelbladen altijd alléén bij de kapper lezen’.
In Van ’t Heks theater zit je in zijn huiskamer, waarin iedereen veilig kan lachen om de ander, zonder direct in de gaten te hebben dat hij ook prikt in je eigen vel. Maar dat doet hij wel. Met liefde.
‘Schreeuwstorm’ wordt bij elkaar gehouden door een aantal verhaallijntjes. Nel als zijn vorige – veel minder sterke en verrassende – programma ‘Prachtige paprika’s. De dood speelt een hoofdrol. En dromen, die, als ze uitkomen, altijd een beetje tegenvallen. In een derde verhaallijn zet hij zichzelf centraal als nationale nar, de Bekende Nederlander. Die elke dag minstens tien verzoeken van blaadjes en omroepen krijgt mee te werken aan nutteloos geleuter om de kolommen te vullen. Youp zou Youp niet zijn om daarover eens flink uit te pakken, onder meer in een snerende persiflage op een telefoongesprek met ‘onze nationale pisnicht’ Albert Verlinde.
Maar altijd is er ook die licht romantische boodschap, dat we bij de kern van ons bestaan moeten blijven, onze dromen moeten blijven najagen, wakker moeten blijven en onszelf niet voorbij moeten hollen.
Van ’t Hek heeft een geestig en verrassend slot voor ‘Schreeuwstorm’ bedacht. De verleiding er iets van prijs te geven is groot, maar de toorn van Van ’t Hek zal nog vele malen groter zijn. Niet doen dus.